Increase text size

KWF Home

Doneer Online (Giro 26000)

Kanker

Baarmoederhalskanker en de voorstadia




De baarmoeder bevindt zich in het onderste deel van de buikholte (het kleine bekken). De baarmoeder heeft de vorm en omvang van een omgekeerde peer. Aan weerszijden van de baarmoeder bevinden zich de eileiders (a) en de eierstokken (b).

Het bovenste en tevens grootste deel van de baarmoeder heet het baarmoederlichaam (c). Via de baarmoederhals (d) en baarmoedermond (e) staat het baarmoederlichaam in verbinding met de vagina ofwel schede (f).

Het baarmoederlichaam is van binnen bekleed met slijmvlies met veel bloedvaatjes. Dat slijmvlies wordt maandelijks, bij de menstruatie (ongesteldheid), afgestoten.

Waar de baarmoederhals overgaat in de baarmoedermond gaan twee celsoorten in elkaar over. Het is een overgangsgebied tussen zogeheten cilinderepitheelcellen en plaveiselepitheelcellen.
 

Langzame veranderingen

Baarmoederhalskanker ontstaat meestal uit cellen in het overgangsgebied van baarmoederhals en baarmoedermond. De cellen veranderen doorgaans heel langzaam in kankercellen. Dat proces kan wel 10 tot 15 jaar duren.

In het begin ontwikkelt zich een aantal cellen die er onder een microscoop wat anders uitzien dan normaal. Er is dan geen sprake van kanker. De cellen zijn niet kwaadaardig en verdwijnen vaak vanzelf doordat ze afsterven en vervangen worden door nieuwe cellen.


Vroege ontdekking

Tijdige ontdekking van afwijkende cellen met behulp van een uitstrijkje is erg belangrijk. Baarmoederhalskanker of een voorstadium daarvan kan dan bijna altijd succesvol worden behandeld.

Als de afwijkende cellen niet vanzelf verdwijnen, en in aantal toenemen, ontstaat na verloop van tijd een voorstadium van baarmoederhalskanker. De aandoening is dan nog beperkt en kan eenvoudig worden verholpen. Als dit voorstadium niet wordt behandeld, ontstaat na verloop van tijd baarmoederhalskanker. Aanvankelijk zijn dit kankercellen in een zogeheten beginstadium. De aandoening is dan over het algemeen goed te behandelen. Ook als baarmoederhalskanker zich verder heeft ontwikkeld, kan behandeling in veel gevallen succesvol zijn. Maar de kans daarop wordt kleiner naarmate de ziekte zich verder uitbreidt.

Baarmoederhalskanker komt voor bij vrouwen van alle leeftijden, maar het meest bij vrouwen tussen 30 en 50 jaar en bij vrouwen van 65 tot 85 jaar.
 

Hoe ontstaat kanker?

Ons lichaam is opgebouwd uit miljarden bouwstenen: de cellen. Voortdurend maakt ons lichaam nieuwe cellen. Op die manier kan het lichaam groeien en beschadigde en verouderde cellen vervangen. Nieuwe cellen ontstaan door celdeling. Bij celdeling ontstaan uit één cel twee nieuwe cellen, uit deze twee cellen ontstaan er vier, dan acht, enzovoort.
Tijdens het leven staan onze lichaamscellen bloot aan allerlei schadelijke invloeden. Als er schade optreedt, kan deze meestal worden hersteld. Een cel kan in de loop van de tijd echter onherstelbaar beschadigd raken. Daardoor kan het erfelijk materiaal veranderen, met als gevolg dat deling, groei en ontwikkeling van zo'n cel ontregeld raken. Dit leidt vervolgens tot overmatige celdeling, waardoor een gezwel of tumor ontstaat.
 

Goed- en kwaadaardig

Er zijn goedaardige en kwaadaardige tumoren. Alleen bij kwaadaardige tumoren is er sprake van kanker. Tumor is een ander woord voor gezwel.
 
  • Goedaardige gezwellen, bijvoorbeeld wratten, groeien niet door andere weefsels heen en verspreiden zich niet door het lichaam. Wél kan zo'n tumor tegen omliggende weefsels of organen drukken. Dit kan een reden zijn om het gezwel te verwijderen.
  • Bij kwaadaardige tumoren zijn de genen die de cellen onder controle houden zo beschadigd, dat de cellen zich zeer afwijkend gaan gedragen. Zij kunnen omliggende weefsels en organen binnendringen en daar ook groeien. Zij kunnen ook uitzaaien.
 

Uitzaaiingen

Van een kwaadaardige tumor kunnen cellen losraken. Die kankercellen kunnen via het bloed en/of de lymfe ergens anders in het lichaam terechtkomen en ook daar uitgroeien tot gezwellen. Dit zijn uitzaaiingen (metastasen).
Dus, als iemand met slokdarmkanker of borstkanker (later) ook een tumor in de lever heeft, gaat het vrijwel nooit om leverkanker, maar om slokdarmkankercellen of borstkankercellen in de lever. Deze worden ook als slokdarmkanker of borstkanker behandeld.
 
 

goedaardig gezwel kanker

 
kwaadaardig gezwel kanker
Goedaardige gezwel
De gevormde cellen dringen omliggend
weefsel niet binnen.
 
Kwaadaardig gezwel
De gevormde cellen dringen omliggend
weefsel wel binnen.

Laatst gewijzigd op 10 dec 2009
Samen voorop in de strijd