- Home
- Kanker
- Soorten kanker
- Baarmoederhalskanker
- Het uitstrijkje, meer kans op genezing bij vroege ontdekking
- Baarmoederhalskanker en de voorstadia
Baarmoederhalskanker en de voorstadia
De baarmoeder bevindt zich in het onderste deel van de buikholte (het kleine bekken). De baarmoeder heeft de vorm en omvang van een omgekeerde peer. Aan weerszijden van de baarmoeder bevinden zich de eileiders (a) en de eierstokken (b).
Het bovenste en tevens grootste deel van de baarmoeder heet het baarmoederlichaam (c). Via de baarmoederhals (d) en baarmoedermond (e) staat het baarmoederlichaam in verbinding met de vagina ofwel schede (f).
Het baarmoederlichaam is van binnen bekleed met slijmvlies met veel bloedvaatjes. Dat slijmvlies wordt maandelijks, bij de menstruatie (ongesteldheid), afgestoten.
Langzame veranderingen
Baarmoederhalskanker ontstaat meestal uit cellen in het overgangsgebied van baarmoederhals en baarmoedermond. De cellen veranderen doorgaans heel langzaam in kankercellen. Dat proces kan wel 10 tot 15 jaar duren.
In het begin ontwikkelt zich een aantal cellen die er onder een microscoop wat anders uitzien dan normaal. Er is dan geen sprake van kanker. De cellen zijn niet kwaadaardig en verdwijnen vaak vanzelf doordat ze afsterven en vervangen worden door nieuwe cellen.
Vroege ontdekking
Tijdige ontdekking van afwijkende cellen met behulp van een uitstrijkje is erg belangrijk. Baarmoederhalskanker of een voorstadium daarvan kan dan bijna altijd succesvol worden behandeld.
Als de afwijkende cellen niet vanzelf verdwijnen, en in aantal toenemen, ontstaat na verloop van tijd een voorstadium van baarmoederhalskanker. De aandoening is dan nog beperkt en kan eenvoudig worden verholpen. Als dit voorstadium niet wordt behandeld, ontstaat na verloop van tijd baarmoederhalskanker. Aanvankelijk zijn dit kankercellen in een zogeheten beginstadium. De aandoening is dan over het algemeen goed te behandelen. Ook als baarmoederhalskanker zich verder heeft ontwikkeld, kan behandeling in veel gevallen succesvol zijn. Maar de kans daarop wordt kleiner naarmate de ziekte zich verder uitbreidt.
Hoe ontstaat kanker?
Goed- en kwaadaardig
- Goedaardige gezwellen, bijvoorbeeld wratten, groeien niet door andere weefsels heen en verspreiden zich niet door het lichaam. Wél kan zo'n tumor tegen omliggende weefsels of organen drukken. Dit kan een reden zijn om het gezwel te verwijderen.
- Bij kwaadaardige tumoren zijn de genen die de cellen onder controle houden zo beschadigd, dat de cellen zich zeer afwijkend gaan gedragen. Zij kunnen omliggende weefsels en organen binnendringen en daar ook groeien. Zij kunnen ook uitzaaien.
Uitzaaiingen
|
|
|
|
|
Goedaardige
gezwel
De gevormde cellen dringen omliggend weefsel niet binnen. |
|
Kwaadaardig
gezwel
De gevormde cellen dringen omliggend weefsel wel binnen. |

