- Home
- Kanker
- Soorten kanker
- Longkanker
- Onderzoek voor de diagnose
Onderzoek voor de diagnose
Als u een van de volgende klachten heeft, is lichamelijke onderzoek door de
huisarts de eerste stap:
- verandering in het hoestpatroon (bijvoorbeeld hardnekkige prikkelhoest)
- bloed in opgehoest slijm
- kortademigheid
- vaak terugkerende longontsteking
- aanhoudende heesheid
- zeurende pijn in de borststreek, rug, of in het gebied van de schouders
Bij een vermoeden van longkanker zal de huisarts u verwijzen naar een
longarts. Deze arts zal onderzoek(en) laten doen om vast te kunnen
stellen of u longkanker heeft.
Röntgenonderzoek
Er kunnen röntgenfoto's van de borstkas (thoraxfoto's) gemaakt worden.
Hierbij worden ten minste twee overzichtsfoto's vanuit verschillende
richtingen van de longen gemaakt.
CT-scan (computertomografie)
Zie CT-Scan algemeen.
MRI (Magnetic Resonance Imaging)
Zie MRI
algemeen.
Perfusiescan van de longen
Het doel van dit onderzoek is te berekenen hoeveel longweefsel kan worden
weggenomen om na een operatie nog voldoende longfunctie te behouden. Met dit
onderzoek kan onder meer worden bekeken hoe de longen worden doorbloed.
Bij dit onderzoek krijgt u een radioactieve vloeistof via een
bloedvat in uw arm toegediend. Na enige tijd komt deze stof in de
bloedvaten van de longen terecht. Dan worden met behulp van een speciale
camera foto's gemaakt.
De hoeveelheid straling van de radioactieve vloeistof is gering. Er zijn dan
ook geen speciale maatregelen noodzakelijk. Na twee dagen is de radioactieve
stof via de urine en de ontlasting uit uw lichaam verdwenen.
Bronchoscopie en biopsie
Bij een bronchoscopie kijkt de arts in de
luchtpijpvertakkingen van de longen. De arts schuift een buigzame slang
(bronchoscoop) via de mond in de luchtwegen. Soms wordt een dunne
metalen buis gebruikt. De buigzame slang of dunne buis is voorzien van een
kijkertje. De luchtwegen worden met een spray plaatselijk
verdoofd. Soms vindt het onderzoek onder narcose plaats.
Tijdens het onderzoek kan de arts via de bronchoscoop met een tangetje een
stukje weefsel uit de tumor wegnemen voor microscopisch onderzoek. Deze
ingreep noemt men een biopsie.
De patholoog onderzoekt het weefsel onder de microscoop: histologisch
onderzoek. Daarmee is definitief vast te stellen of er sprake is van
longkanker en zo ja, van welke vorm.
Sputumonderzoek
In opgehoest slijm (sputum) kunnen zich kankercellen bevinden die zijn
losgeraakt van de longtumor. Om na te gaan of er zich kankercellen in het
opgehoeste slijm bevinden, wordt dit onder een microscoop onderzocht. Vaak
wordt tijdens de bronchoscopie al sputum verzameld.
Longpunctie
Als een longtumor zich dieper in de longen bevindt, is het niet
mogelijk met een bronchoscopie weefsel weg te nemen. Dan
wordt
een longpunctie gedaan om longweefsel te verkrijgen voor microscopisch
onderzoek.
Bij een longpunctie wordt, nadat de huid van de borstkas plaatselijk is
verdoofd, een naald in de longtumor gebracht. Via deze naald neemt de arts
tumorweefsel weg. Hij maakt daarbij gebruik van röntgenfoto's om de
juiste plaats te bepalen.
Diagnostische thoracotomie
Soms kan weefsel alleen via een operatie worden verkregen. De chirurg opent
de linker- of rechterborstholte, een zogeheten thoracotomie. Er wordt een
klein stukje longweefsel weggehaald en soms direct onder de microscoop
onderzocht. U blijft intussen onder narcose.
Blijkt er sprake te zijn van longkanker, dan wordt - zo mogelijk - de tumor
met het omringende weefsel direct verwijderd. Het kan ook zijn dat de arts
(patholoog) aanvullend onderzoek moet doen van het stukje weggehaald weefsel
om tot de juiste diagnose te komen. Dan wordt de tumor niet meteen
verwijderd, maar eventueel later.
Laatst gewijzigd op 01 jul 2010

