Increase text size

KWF Home

Doneer Online (Giro 26000)

Kanker

Onderzoek voor de diagnose




Als u een van de volgende klachten heeft, is lichamelijke onderzoek door de huisarts de eerste stap:
  • verandering in het hoestpatroon (bijvoorbeeld hardnekkige prikkelhoest)
  • bloed in opgehoest slijm
  • kortademigheid
  • vaak terugkerende longontsteking
  • aanhoudende heesheid
  • zeurende pijn in de borststreek, rug, of in het gebied van de schouders
 
Bij een vermoeden van longkanker zal de huisarts u verwijzen naar een longarts. Deze arts zal onderzoek(en) laten doen om vast te kunnen stellen of u longkanker heeft.
 

Röntgenonderzoek

Er kunnen röntgenfoto's van de borstkas (thoraxfoto's) gemaakt worden. Hierbij worden ten minste twee overzichtsfoto's vanuit verschillende richtingen van de longen gemaakt.
 

CT-scan (computertomografie)

Zie CT-Scan algemeen.

MRI (Magnetic Resonance Imaging)

Zie MRI algemeen.
 

Perfusiescan van de longen

Het doel van dit onderzoek is te berekenen hoeveel longweefsel kan worden weggenomen om na een operatie nog voldoende longfunctie te behouden. Met dit onderzoek kan onder meer worden bekeken hoe de longen worden doorbloed.
 
Bij dit onderzoek krijgt u een radioactieve vloeistof via een bloedvat in uw arm toegediend. Na enige tijd komt deze stof in de bloedvaten van de longen terecht. Dan worden met behulp van een speciale camera foto's gemaakt. 
 
De hoeveelheid straling van de radioactieve vloeistof is gering. Er zijn dan ook geen speciale maatregelen noodzakelijk. Na twee dagen is de radioactieve stof via de urine en de ontlasting uit uw lichaam verdwenen.
 

Bronchoscopie en biopsie

Bij een bronchoscopie kijkt de arts in de luchtpijpvertakkingen van de longen. De arts schuift een buigzame slang (bronchoscoop) via de mond in de luchtwegen. Soms wordt een dunne metalen buis gebruikt. De buigzame slang of dunne buis is voorzien van een kijkertje. De luchtwegen worden met een spray plaatselijk verdoofd. Soms vindt het onderzoek onder narcose plaats.
 
Tijdens het onderzoek kan de arts via de bronchoscoop met een tangetje een stukje weefsel uit de tumor wegnemen voor microscopisch onderzoek. Deze ingreep noemt men een biopsie.
 
De patholoog onderzoekt het weefsel onder de microscoop: histologisch onderzoek. Daarmee is definitief vast te stellen of er sprake is van longkanker en zo ja, van welke vorm.
 

Sputumonderzoek

In opgehoest slijm (sputum) kunnen zich kankercellen bevinden die zijn losgeraakt van de longtumor. Om na te gaan of er zich kankercellen in het opgehoeste slijm bevinden, wordt dit onder een microscoop onderzocht. Vaak wordt tijdens de bronchoscopie al sputum verzameld.
 

Longpunctie

Als een longtumor zich dieper in de longen bevindt, is het niet mogelijk met een bronchoscopie weefsel weg te nemen. Dan wordt 
een longpunctie gedaan om longweefsel te verkrijgen voor microscopisch onderzoek.
 
Bij een longpunctie wordt, nadat de huid van de borstkas plaatselijk is verdoofd, een naald in de longtumor gebracht. Via deze naald neemt de arts tumorweefsel weg. Hij maakt daarbij gebruik van röntgenfoto's om de juiste plaats te bepalen.
 

Diagnostische thoracotomie

Soms kan weefsel alleen via een operatie worden verkregen. De chirurg opent de linker- of rechterborstholte, een zogeheten thoracotomie. Er wordt een klein stukje longweefsel weggehaald en soms direct onder de microscoop onderzocht. U blijft intussen onder narcose.
Blijkt er sprake te zijn van longkanker, dan wordt - zo mogelijk - de tumor met het omringende weefsel direct verwijderd. Het kan ook zijn dat de arts (patholoog) aanvullend onderzoek moet doen van het stukje weggehaald weefsel om tot de juiste diagnose te komen. Dan wordt de tumor niet meteen verwijderd, maar eventueel later.
 
Laatst gewijzigd op 01 jul 2010
Samen voorop in de strijd