- Home
- Kanker
- Soorten kanker
- Longkanker
- Behandeling van kleincellige longkanker
Behandeling van kleincellige longkanker
Bij het merendeel van de patiënten met een kleincellige longtumor wordt
de ziekte ontdekt in een laat stadium. De ziekte kan dan alleen worden
geremd. Chemotherapie geeft hierbij de beste resultaten.
Chemotherapie
Bij de behandeling van kleincellige longkanker gebruikt men meestal
cytostatica die via een infuus worden toegediend. Deze medicijnen worden
volgens een bepaald schema toegediend: de cytostaticakuur.
Zie verder Chemotherapie
algemeen.
Bestraling na chemotherapie
Als de ziekte beperkt is gebleven tot één helft van de borstkas, is
bestraling (radiotherapie) bij patiënten met een kleincellige longtumor een
vast onderdeel van de behandeling.
U krijgt gelijktijdig met of na een intensieve behandeling met cytostatica
een bestraling van de borstkas. De behandeling heeft als doel achtergebleven
kankercellen te vernietigen en is in opzet curatief. Meestal worden - nadat
de chemotherapie is afgerond - ook de hersenen bestraald.
Gelijktijdig toedienen van radio- en chemotherapie heeft meer effect dan
bestralen nadat de chemotherapie is afgerond. Wel kan gelijktijdige
toediening meer bijwerkingen veroorzaken (voornamelijk van de slokdarm).
Deze behandeling wordt daarom vooral gegeven aan mensen met een
redelijk goede conditie.
Bestraling als palliatieve behandeling
Als de ziekte na een behandeling met chemotherapie terugkeert,
kan bestraling worden toegepast als palliatieve behandeling. Een
bestraling op de borstkas is er dan op gericht om de ziekte af te remmen en
om eventuele klachten als benauwdheid of hoesten tegen te gaan.
Bestraling kan ook worden toegepast om pijn te bestrijden. Bijvoorbeeld
als de pijn wordt veroorzaakt door uitzaaiingen in de botten. Met het
bestralen van de hersenen kunnen klachten worden tegengegaan die worden
veroorzaakt door uitzaaiingen in de hersenen.
Dikwijls gaat het om kortdurende bestralingskuren waarbij men eventuele
bijwerkingen zoveel mogelijk probeert te voorkomen.
Zie verder bestraling
(radiotherapie) algemeen.
Operatie
Een patiënt met een kleincellige longtumor wordt zelden geopereerd. Alleen
als de tumor nog klein, niet is ingegroeid en - voor zover bekend - niet is
uitgezaaid, kan een operatie een overweging zijn. Dit is dan in opzet een
curatieve behandeling.
Zie verder operatie algemeen.
Laatst gewijzigd op 01 jul 2010

