Increase text size

KWF Home

Doneer Online (Giro 26000)

Kanker

Behandeling




De meest toegepaste behandelingen bij een melanoom zijn:
 
  • operatie (chirurgie)
  • geïsoleerde perfusie
  • behandeling met celdodende of celdelingremmende medicijnen (chemotherapie)
  • bestraling (radiotherapie)
 
Een aantal patiënten krijgt een combinatie van deze behandelingen.
 

Doel van de behandeling

Wanneer een behandeling tot doel heeft genezing te bereiken, dan wordt dat een curatieve behandeling genoemd. Als de ziekte niet (meer) curatief kan worden behandeld, is een palliatieve behandeling mogelijk. Zo'n behandeling is gericht op het remmen van de ziekte en/of vermindering of het voorkomen van klachten.
 

Behandelplan

Bij het vaststellen van het behandelplan zijn verschillende specialisten betrokken. Zij maken gebruik van gezamenlijk vastgestelde landelijke richtlijnen.
 
De artsen stellen u een bepaalde behandeling voor op grond van:
 
  • het stadium van de ziekte
  • uw algehele conditie
 
Operatie (chirurgie)
 
De behandeling begint altijd met het verwijderen van het melanoom. Daarna wordt het litteken van de eerdere excisie samen met een deel van het omliggende, gezonde weefsel verwijderd.
 
De hoeveelheid huid die er moet worden verwijderd kan variëren van 0,5 tot 2 millimeter. Hoe dikker het melanoom, hoe meer gezonde huid de arts weghaalt.
 
Deze zogenoemde re-excisie (opnieuw een verwijdering van een stukje weefsel) of definitieve excisie vindt meestal plaats onder plaatselijke verdoving.
 
Soms onder algehele narcose, met name als er een 'huidplastiek' nodig is of wanneer de chirurg een schildwachtklieronderzoek doet. De patholoog onderzoekt (wederom) onder de microscoop of er in het weefsel restanten van het melanoom aanwezig zijn.
 

Huidplastiek

Soms ontstaat door de hoeveelheid huid die de chirurg moet wegnemen, een operatiewond die niet kan worden gesloten. De arts herstelt de wond door huid uit de omgeving naar de wond te verschuiven of door een stukje huid te transplanteren.
 
Doorgaans gebruikt hij hiervoor een stukje huid van het bovenbeen. De chirurg 'schaaft' bij deze operatie als het ware een laagje huid weg. Dit blijft vaak zichtbaar.
 

Operatieve verwijdering van uitzaaiingen

Een klein aantal mensen met uitzaaiingen wordt geopereerd. Zij hebben uitzaaiingen die makkelijk kunnen worden verwijderd, zoals uitzaaiingen in de huid of in de regionale lymfeklieren.
 
Of zij hebben een enkele uitzaaiing in de longen, darmen of milt. Deze uitzaaiingen kunnen tijdens de operatie soms allemaal worden verwijderd. Deze behandeling kan zowel curatief als palliatief zijn.
 

Geïsoleerde perfusie

Wanneer in een arm of een been uitgebreide tumorgroei is geconstateerd die de chirurg niet kan weghalen, en er geen uitzaaiingen op andere plaatsen zijn, adviseert men aan een aantal mensen een plaatselijke behandeling met medicijnen. Dit noemt men geïsoleerde perfusie.
 
Hiervoor gebruikt men een combinatie van celdodende en celdelingremmende medicijnen (cytostatica) en medicijnen die de bloedvaten van kankercellen blokkeren (tumor necrosis factor).
 
De bloeddoorstroming van uw arm of been wordt afgesloten van de bloedcirculatie van de rest van uw lichaam. Met behulp van een hart-longmachine krijgt uw arm of been tijdelijk een aparte bloedcirculatie.
 
Vervolgens wordt het betreffende lichaamsdeel gedurende anderhalf uur 'gespoeld' met de medicijnen. De dosering van de medicijnen kan op deze manier veel hoger zijn dan wanneer ze aan het hele lichaam zouden worden toegediend. Een dergelijke hoge dosering zou het lichaam namelijk niet kunnen verdragen.
 
De behandeling vindt onder narcose plaats en duurt in totaal drie tot vier uur. Als gevolg van de behandeling kunt u last krijgen van vochtophoping en stijfheid in de spieren. Ook kunnen verschijnselen optreden die lijken op een lichte verbranding van de huid. Deze verschijnselen zijn doorgaans tijdelijk.
 
In Nederland voert een beperkt aantal ziekenhuizen deze behandeling uit.
 

Chemotherapie

Als er in andere delen van het lichaam uitzaaiingen zijn aangetoond, kan de specialist een behandeling met chemotherapie overwegen. Chemotherapie is dan een palliatieve behandeling en wordt alleen in het kader van wetenschappelijk onderzoek toegepast. Chemotherapie is de behandeling van kanker met celdodende of celdelingremmende medicijnen: cytostatica.
 
Er zijn verschillende soorten cytostatica, elk met een eigen werking. De medicijnen kunnen op verschillende manieren worden toegediend, bijvoorbeeld per infuus, als tablet of per injectie. Via het bloed verspreiden zij zich door uw lichaam en kunnen op vrijwel alle plaatsen kankercellen bereiken. Vaak worden verschillende combinaties van medicijnen gegeven.
 
Soms kan men chemotherapie ook als een plaatselijke behandeling geven: geïsoleerde perfusie. Meer informatie leest u hierboven.
 

Cytostaticakuur 

Meestal worden de cytostatica gedurende een aantal uren toegediend volgens een vastgesteld schema. Hierna volgt een rustperiode van een aantal dagen of weken waarin u geen cytostatica krijgt. Een dergelijk schema van toediening met daarna een rustperiode heet een cytostaticakuur. Zo'n kuur wordt enige malen herhaald.
 

Bijwerkingen

Cytostatica tasten naast kankercellen ook gezonde cellen aan. Daardoor kunnen onaangename bijwerkingen optreden, zoals:
  • haaruitval
  • misselijkheid en braken
  • darmstoornissen
  • een verhoogd risico op infecties
  • vermoeidheid
 
Acute misselijkheid en overgeven zijn meestal te bestrijden met medicijnen.
 
De bijwerkingen verminderen doorgaans geleidelijk nadat de cytostaticatoediening is beëindigd. Vermoeidheid kan na de behandeling echter nog lang aanhouden. Of u last krijgt van bijwerkingen hangt onder meer af van de soorten en hoeveelheden cytostatica die u krijgt.
 

Bestraling (radiotherapie)

De arts adviseert bestraling meestal bij mensen die klachten hebben vanwege plaatselijke uitzaaiingen. Dan worden de uitzaaiingen bestraald. Bij sommige mensen wordt de tumor of de plaats waar de tumor heeft gezeten bestraald.
 
Als er een melanoom zonder uitzaaiingen is geconstateerd, kan soms ook een curatieve bestraling worden gegeven. Deze kan plaatsvinden als een operatie niet mogelijk of wenselijk is, of als u geen operatie wilt.
 
Bestraling is een plaatselijke behandeling met als doel de kankercellen te vernietigen, terwijl de gezonde cellen zo veel mogelijk gespaard blijven. Kankercellen verdragen straling slechter dan gezonde cellen en herstellen zich er minder goed van. Gezonde cellen herstellen zich over het algemeen wel.
 

Bijwerkingen

Bestraling beschadigt niet alleen kankercellen, maar ook gezonde cellen. Daardoor kunt u met een aantal bijwerkingen te maken krijgen:
 
  • last van vermoeidheid tijdens de bestralingsperiode
  • plaatselijke teactie van de huid (dit is een andere veelvoorkomende bijwerking). Er kan een rode of donker verkleurde huid ontstaan op de plek waar u bent bestraald.
 
De meeste klachten verdwijnen meestal enkele weken na afloop van de behandeling. Sommige mensen merken echter nog lang na hun behandeling dat zij eerder vermoeid zijn dan vóór hun ziekte. Op de bestralingsafdeling krijgt u gerichte adviezen om zo min mogelijk last van de bijwerkingen te hebben.
 

Nieuwe ontwikkelingen

Het onderzoek rond melanoom is vooral gericht op het ontwikkelen van medicijnen die een afweerreactie tegen kankercellen stimuleert: immunotherapie. Op dit moment is er nog geen medicijn dat als standaardbehandeling wordt geadviseerd aan patiënten. Verder onderzoek is noodzakelijk.
Ook wordt de waarde van isolatie-perfusie onderzocht. Deze nieuwe techniek is mogelijk een even effectief maar minder belastend alternatief voor geïsoleerde perfusie.
 
 

Afzien van behandeling

Het kan gebeuren dat bij u of bij uw arts de indruk bestaat, dat de belasting of de mogelijke bijwerkingen of gevolgen van een behandeling niet (meer) opwegen tegen de te verwachten resultaten. Hierbij zal het doel van de behandeling vaak een rol spelen.
 
Het maakt natuurlijk verschil of de behandeling curatief of palliatief bedoeld is. Bij een curatieve behandeling accepteert u misschien meer bijwerkingen of gevolgen. Als een palliatieve behandeling wordt geadviseerd, zult u de kwaliteit van uw leven bij uw beslissing willen betrekken.
 
Als u twijfelt aan de zin van (verdere) behandeling, bespreek dit dan in alle openheid met uw specialist of huisarts. Iedereen heeft het recht om af te zien van (verdere) behandeling.
 
Uw arts zal u de noodzakelijke medische zorg en begeleiding blijven geven om de hinderlijke gevolgen van uw ziekte zo veel mogelijk te bestrijden.
Laatst gewijzigd op 30 jul 2009
Samen voorop in de strijd