- Home
- Kanker
- Soorten kanker
- Melanoom
- Behandeling
Behandeling
De meest toegepaste behandelingen bij een melanoom zijn:
- operatie (chirurgie)
- geïsoleerde perfusie
- behandeling met celdodende of celdelingremmende medicijnen (chemotherapie)
- bestraling (radiotherapie)
Een aantal patiënten krijgt een combinatie van deze behandelingen.
Doel van de behandeling
Wanneer een behandeling tot doel heeft genezing te bereiken, dan wordt dat
een curatieve behandeling genoemd. Als de ziekte niet (meer) curatief kan
worden behandeld, is een palliatieve behandeling mogelijk. Zo'n behandeling
is gericht op het remmen van de ziekte en/of vermindering of het voorkomen
van klachten.
Behandelplan
Bij het vaststellen van het behandelplan zijn verschillende specialisten
betrokken. Zij maken gebruik van gezamenlijk vastgestelde landelijke
richtlijnen.
De artsen stellen u een bepaalde behandeling voor op grond van:
- het stadium van de ziekte
- uw algehele conditie
Operatie (chirurgie)
De behandeling begint altijd met het verwijderen van het melanoom. Daarna
wordt het litteken van de eerdere excisie samen met een deel van het
omliggende, gezonde weefsel verwijderd.
De hoeveelheid huid die er moet worden verwijderd kan variëren van 0,5 tot 2
millimeter. Hoe dikker het melanoom, hoe meer gezonde huid de arts weghaalt.
Deze zogenoemde re-excisie (opnieuw een verwijdering van een stukje weefsel)
of definitieve excisie vindt meestal plaats onder plaatselijke verdoving.
Soms onder algehele narcose, met name als er een 'huidplastiek' nodig is of
wanneer de chirurg een schildwachtklieronderzoek doet. De patholoog
onderzoekt (wederom) onder de microscoop of er in het weefsel restanten van
het melanoom aanwezig zijn.
Huidplastiek
Soms ontstaat door de hoeveelheid huid die de chirurg moet wegnemen, een
operatiewond die niet kan worden gesloten. De arts herstelt de wond door
huid uit de omgeving naar de wond te verschuiven of door een stukje huid te
transplanteren.
Doorgaans gebruikt hij hiervoor een stukje huid van het bovenbeen. De
chirurg 'schaaft' bij deze operatie als het ware een laagje huid weg. Dit
blijft vaak zichtbaar.
Operatieve verwijdering van uitzaaiingen
Een klein aantal mensen met uitzaaiingen wordt geopereerd. Zij hebben
uitzaaiingen die makkelijk kunnen worden verwijderd, zoals uitzaaiingen in
de huid of in de regionale lymfeklieren.
Of zij hebben een enkele uitzaaiing in de longen, darmen of milt. Deze
uitzaaiingen kunnen tijdens de operatie soms allemaal worden verwijderd.
Deze behandeling kan zowel curatief als palliatief zijn.
Geïsoleerde perfusie
Wanneer in een arm of een been uitgebreide tumorgroei is geconstateerd die
de chirurg niet kan weghalen, en er geen uitzaaiingen op andere plaatsen
zijn, adviseert men aan een aantal mensen een plaatselijke behandeling met
medicijnen. Dit noemt men geïsoleerde perfusie.
Hiervoor gebruikt men een combinatie van celdodende en celdelingremmende
medicijnen (cytostatica) en medicijnen die de bloedvaten van kankercellen
blokkeren (tumor necrosis factor).
De bloeddoorstroming van uw arm of been wordt afgesloten van de
bloedcirculatie van de rest van uw lichaam. Met behulp van een
hart-longmachine krijgt uw arm of been tijdelijk een aparte bloedcirculatie.
Vervolgens wordt het betreffende lichaamsdeel gedurende anderhalf uur
'gespoeld' met de medicijnen. De dosering van de medicijnen kan op deze
manier veel hoger zijn dan wanneer ze aan het hele lichaam zouden worden
toegediend. Een dergelijke hoge dosering zou het lichaam namelijk niet
kunnen verdragen.
De behandeling vindt onder narcose plaats en duurt in totaal drie tot vier
uur. Als gevolg van de behandeling kunt u last krijgen van vochtophoping en
stijfheid in de spieren. Ook kunnen verschijnselen optreden die lijken op
een lichte verbranding van de huid. Deze verschijnselen zijn doorgaans
tijdelijk.
In Nederland voert een beperkt aantal ziekenhuizen deze behandeling uit.
Chemotherapie
Als er in andere delen van het lichaam uitzaaiingen zijn aangetoond, kan de
specialist een behandeling met chemotherapie
overwegen. Chemotherapie is dan een palliatieve behandeling en wordt alleen
in het kader van wetenschappelijk onderzoek toegepast. Chemotherapie is de
behandeling van kanker met celdodende of celdelingremmende medicijnen:
cytostatica.
Er zijn verschillende soorten cytostatica, elk met een eigen werking. De
medicijnen kunnen op verschillende manieren worden toegediend, bijvoorbeeld
per infuus, als tablet of per injectie. Via het bloed verspreiden zij zich
door uw lichaam en kunnen op vrijwel alle plaatsen kankercellen bereiken.
Vaak worden verschillende combinaties van medicijnen gegeven.
Soms kan men chemotherapie ook als een plaatselijke behandeling geven:
geïsoleerde perfusie. Meer informatie leest u hierboven.
Cytostaticakuur
Meestal worden de cytostatica gedurende een aantal uren toegediend volgens
een vastgesteld schema. Hierna volgt een rustperiode van een aantal dagen of
weken waarin u geen cytostatica krijgt. Een dergelijk schema van toediening
met daarna een rustperiode heet een cytostaticakuur. Zo'n kuur wordt enige
malen herhaald.
Bijwerkingen
Cytostatica tasten naast kankercellen ook gezonde cellen aan. Daardoor
kunnen onaangename bijwerkingen optreden,
zoals:
- haaruitval
- misselijkheid en braken
- darmstoornissen
- een verhoogd risico op infecties
- vermoeidheid
Acute misselijkheid en overgeven zijn meestal te bestrijden met medicijnen.
De bijwerkingen verminderen doorgaans geleidelijk nadat de
cytostaticatoediening is beëindigd. Vermoeidheid kan na de behandeling
echter nog lang aanhouden. Of u last krijgt van bijwerkingen hangt onder
meer af van de soorten en hoeveelheden cytostatica die u krijgt.
Bestraling (radiotherapie)
De arts adviseert bestraling
meestal bij mensen die klachten hebben vanwege plaatselijke uitzaaiingen.
Dan worden de uitzaaiingen bestraald. Bij sommige mensen wordt de tumor of
de plaats waar de tumor heeft gezeten bestraald.
Als er een melanoom zonder uitzaaiingen is geconstateerd, kan soms ook een
curatieve bestraling worden gegeven. Deze kan plaatsvinden als een operatie
niet mogelijk of wenselijk is, of als u geen operatie wilt.
Bestraling is een plaatselijke behandeling met als doel de kankercellen te
vernietigen, terwijl de gezonde cellen zo veel mogelijk gespaard blijven.
Kankercellen verdragen straling slechter dan gezonde cellen en herstellen
zich er minder goed van. Gezonde cellen herstellen zich over het algemeen
wel.
Bijwerkingen
Bestraling beschadigt niet alleen kankercellen, maar ook gezonde cellen.
Daardoor kunt u met een aantal bijwerkingen te maken
krijgen:
- last van vermoeidheid tijdens de bestralingsperiode
- plaatselijke teactie van de huid (dit is een andere veelvoorkomende bijwerking). Er kan een rode of donker verkleurde huid ontstaan op de plek waar u bent bestraald.
De meeste klachten verdwijnen meestal enkele weken na afloop van de
behandeling. Sommige mensen merken echter nog lang na hun behandeling dat
zij eerder vermoeid zijn dan vóór hun ziekte. Op de bestralingsafdeling
krijgt u gerichte adviezen om zo min mogelijk last van de bijwerkingen te
hebben.
Nieuwe ontwikkelingen
Het onderzoek rond melanoom is vooral gericht op het ontwikkelen van
medicijnen die een afweerreactie tegen kankercellen stimuleert:
immunotherapie. Op dit moment is er nog geen medicijn dat als
standaardbehandeling wordt geadviseerd aan patiënten. Verder onderzoek is
noodzakelijk.
Ook wordt de waarde van isolatie-perfusie onderzocht. Deze nieuwe techniek
is mogelijk een even effectief maar minder belastend alternatief voor
geïsoleerde perfusie.
Afzien van behandeling
Het kan gebeuren dat bij u of bij uw arts de indruk bestaat, dat de
belasting of de mogelijke bijwerkingen of gevolgen van een behandeling niet
(meer) opwegen tegen de te verwachten resultaten. Hierbij zal het doel van
de behandeling vaak een rol spelen.
Het maakt natuurlijk verschil of de behandeling curatief of palliatief
bedoeld is. Bij een curatieve behandeling accepteert u misschien meer
bijwerkingen of gevolgen. Als een palliatieve behandeling wordt geadviseerd,
zult u de kwaliteit van uw leven bij uw beslissing willen betrekken.
Als u twijfelt aan de zin van (verdere) behandeling, bespreek dit dan in
alle openheid met uw specialist of huisarts. Iedereen heeft het recht om af
te zien van (verdere) behandeling.
Uw arts zal u de noodzakelijke medische zorg en begeleiding blijven geven om
de hinderlijke gevolgen van uw ziekte zo veel mogelijk te bestrijden.
Laatst gewijzigd op 30 jul 2009

