- Home
- Kanker
- Soorten kanker
- Slokdarmkanker
- Voedingsproblemen bij slokdarmkanker
Voedingsproblemen bij slokdarmkanker
Bij slokdarmkanker kunnen de volgende specifieke voedingsproblemen optreden:
Voeding bij slik- en passageklachten
Omdat eten vermoeiend kan zijn en u niet veel tegelijk kunt eten, is het
meestal nodig zes tot negen kleine maaltijden per dag te gebruiken. Aan uw
gewicht kunt u merken of u voldoende voeding binnenkrijgt. Het is doorgaans
goed om ruim vet en volvette producten te gebruiken. U krijgt zo meer
calorieën binnen en het voedsel glijdt beter naar beneden. Wanneer de tumor
de doorgang in de slokdarm nauwer maakt, kunt u merken dat het voedsel niet
wil zakken en/of blijft steken in de keel of achter het borstbeen. Over het
algemeen passeert voedsel beter wanneer u rechtop zit en niet ligt tijdens
of vlak na het eten. Het kan helpen uw voedsel heel fijn te snijden, goed te
kauwen en rustig te eten. Gebruik bij de warme maaltijd veel jus of saus.
Vervang brood bijvoorbeeld door pap of vla.
Wanneer deze adviezen niet voldoende helpen, kunt u het voedsel malen met
een staafmixer. U kunt uw eten het beste klaarmaken zoals u gewend bent en
het eten malen als het gaar is. Gemalen voeding kan met melk, bouillon, room
of jus op de goede dikte worden gebracht. U kunt ook kant-en-klare baby- of
peutervoeding gebruiken. Wanneer ook gemalen voeding problemen geeft, kunt u
overschakelen op vloeibare voeding.
Zowel met gemalen voeding als met vloeibare voeding is het doorgaans
moeilijk om voldoende voedingsstoffen te gebruiken. U kunt makkelijk
tekorten krijgen. Aanvulling met dieetpreparaten zoals een eiwit- of
energierijke drinkvoeding, voedingssuiker, een eiwitrijke poeder of
vitamine-mineraalsupplementen is meestal noodzakelijk. Uw diëtist kan u
hierover adviseren.
Bij sommige patiënten is het nodig om sondevoeding te gaan gebruiken, als
aanvulling of als volledige voeding. Het is mogelijk om de sonde via de neus
naar de maag of dunne darm te laten lopen. Ook kan via een opening in de
buikwand een sonde geplaatst worden die in de maag uitkomt.
Voedingsproblemen na de operatie
Na een operatie, maar ook na radiotherapie en chemotherapie, kunt u
mogelijk tijdelijk last krijgen van smaakverandering, waardoor uw eten
minder goed smaakt. Daarnaast kunnen er, afhankelijk van het type operatie
dat u heeft gehad, moeilijkheden met eten optreden. Het
spijsverteringskanaal past zich na verloop van tijd aan de nieuwe situatie
aan. Het is daarom de moeite waard om producten die vlak na de operatie last
veroorzaakten, na een paar weken opnieuw te proberen. Meestal kunt u een
aantal producten na verloop van tijd weer verdragen.
Sommige mensen zijn in staat hun eetgewoonten aan te passen en weten zelf op
den duur het beste wat goed en minder goed gaat. Anderen hebben te kampen
met blijvende voedingsproblemen.
Kleine maag
Na een operatie waarbij een deel van de maag is weggenomen, en soms de
resterende maag naar boven is verplaatst, is de opslagcapaciteit van de maag
verminderd of weggevallen. Als gevolg hiervan kunt u na een kleine
maaltijd al het gevoel hebben verzadigd te zijn. Om toch voldoende voeding
binnen te krijgen, is het goed elke twee uur iets te eten en de
voeding zes kleine maaltijden te verdelen.
Dumpingsyndroom
Na een operatie waarbij een buismaag
is gemaakt, komt het eten en drinken sneller en in grotere hoeveelheden in
de dunne darm terecht. Dit noemt men 'dumping'. Dit kan een aantal
lichamelijke reacties geven die gepaard gaan met bepaalde klachten: het
dumpingsyndroom.
Na het eten kunt u last krijgen van de volgende klachten:
-
misselijkheid
-
buikpijn
-
braken
-
diarree
-
hartkloppingen
-
sterk transpireren
-
neiging tot flauwvallen
-
beverigheid
-
sterk hongergevoel
De klachten treden meestal binnen een half uur (vroege dumping) na de
maaltijd op, maar kunnen ook na anderhalf tot twee uur (late dumping)
optreden. Dumpingklachten kunnen direct na de operatie ontstaan maar ook pas
na verloop van tijd. Overigens krijgt lang niet iedereen te maken met
deze klachten.
Door de voeding in zeer kleine porties over de hele dag en avond te
verdelen, wordt voorkomen dat te grote hoeveelheden tegelijkertijd in de
dunne darm komen.
Veel drinken bij vaste voeding zorgt er ook voor dat het eten snel in de
dunne darm terechtkomt. Daarom is het verstandig om bij een maaltijd niet
meer dan één kopje vocht te gebruiken. Ook is het goed om bij het drinken
(soep, koffie, thee etc.) iets te eten, zoals een toastje, biscuitje of
koekje. Het vocht wordt daardoor wat gebonden, waardoor het minder snel naar
de dunne darm gaat.
Ernstige dumpingklachten kunnen optreden na gebruik van te veel 'snel
opneembare' suikers zoals 'gewone' suiker en vruchtensuiker. Wees daarom
matig met limonade, vruchtendranken (appelsap, druivensap, sinaasappelsap),
frisdranken, snoep en koek en de hoeveelheid suiker in koffie en thee.
Soms treden dumpingklachten op na gebruik van melk en melkproducten. Melk
bevat melksuiker (lactose), dat ook een snel opneembare suiker is. Per dag
wordt aanbevolen 400 - 500 ml melkproducten te gebruiken voor de benodigde
hoeveelheid vitamines en mineralen. Gebruikt u meer melkproducten, verminder
dit dan tot de aanbevolen hoeveelheden.
Houden de klachten aan, dan kunnen zure melkproducten zoals yoghurt,
karnemelk en kwark een goede vervanging zijn. Deze producten geven meestal
minder klachten omdat ze minder lactose bevatten.
Sojaproducten zoals sojamelk en -vla bevatten geen lactose. Ze zijn een
goede vervanger voor melkproducten. Hoewel kaas van melk is gemaakt,
bevat kaas geen lactose. U kunt daarom kaas blijven gebruiken. Het is niet
verstandig om helemaal geen melkproducten of sojaproducten te gebruiken. U
loopt dan kans onvoldoende eiwitten en calcium binnen te krijgen.
Vertraagde maagontlediging
Soms kan na een operatie sprake zijn van een vertraagde maagontlediging.
Hierdoor kunt u na de maaltijd langdurig last hebben van een vol gevoel. Dat
maakt het moeilijk om veel kleine maaltijden te gebruiken. Bespreek uw
klachten met uw arts. Hij kan zo nodig medicijnen voorschrijven om te
proberen de maagontlediging te stimuleren.
Diarree
Na een operatie komt het voor dat de uitscheiding van spijsverteringssappen
zoals gal, onregelmatig is. Ook passeert het voedsel sneller het
spijsverteringskanaal. Het gevolg is, dat het eten slechter wordt verteerd.
Hierdoor kan diarree ontstaan. Door de voeding in kleine porties over
de dag te verdelen, wordt de spijsvertering minder belast en verloopt
daardoor beter.
Voedingsvezel uit brood, groente en fruit houden het vocht vast en
verbeteren mogelijk het ontlastingpatroon. Het is niet goed vetarm te gaan
eten. Het gewichtsverlies wordt dan nog groter en de diarree niet minder.
Het is van belang om voldoende te drinken: ten minste 1,5 tot 2 liter
per dag.
Als u ondanks de aanpassingen in uw voedingspatroon ernstige diarree blijft houden, bespreek dit dan met uw diëtist. Uw arts kan medicijnen voorschrijven waardoor de voeding beter wordt verteerd en opgenomen.
Als u ondanks de aanpassingen in uw voedingspatroon ernstige diarree blijft houden, bespreek dit dan met uw diëtist. Uw arts kan medicijnen voorschrijven waardoor de voeding beter wordt verteerd en opgenomen.
Voeding bij zuurbranden
Zuurbranden (reflux) kan ontstaan doordat de sluitspier tussen de maag en de
slokdarm niet goed functioneert of ontbreekt en er maagzuur in de slokdarm
komt.
U kunt letten op het volgende:
-
Zorg dat u tijdens en vlak na het eten zo veel mogelijk rechtop zit. Als u toch wilt liggen, zorg er dan voor dat het hoofdeinde hoger is dan het voeteneinde.
-
Gebruik veelvuldig kleine maaltijden.
-
Gebruik binnen twee uur voor het slapengaan geen maaltijd meer.
-
Mogelijk kunnen bepaalde voedingsmiddelen het zuurbranden verergeren of opwekken. Bespreek dit met uw diëtist.
Vitamine B12 tekort
Wanneer de maag geheel of gedeeltelijk is verwijderd, wordt er onvoldoende
'intrinsieke factor' gevormd. Intrinsieke factor is nodig om vitamine B12
vanuit de dunne darm te kunnen opnemen in het bloed. Over het algemeen is er
in het lichaam een voorraad vitamine B12 die voldoende is voor enkele
maanden tot een paar jaar. Iedere patiënt bij wie de maag geheel of
gedeeltelijk is verwijderd, kan op termijn te maken krijgen met een
B12-tekort.
Een langdurig B12-tekort leidt tot beschadigingen van het zenuwstelsel, die
gedeeltelijk onherstelbaar zijn. Daarom krijgt u na de operatie vitamine B12
toegediend. Dit gebeurt via de huisarts door middel van injecties, meestal
elke twee maanden.
Vraag uw arts er naar als hij er zelf niet over begint. Het is
verstandig zelf het initiatief te nemen om regelmatig uw B12-waarde te laten
controleren om een tekort uit te sluiten.
Kenmerken van vitamine B12 tekort:
-
misselijkheid en diarree
-
ontstoken slijmvlies
-
overactieve blaas (moeite met het ophouden van urine)
-
evenwichtstoornis
-
depressie en vergeetachtigheid
-
tintelingen in handen en voeten
-
onwillekeurige bewegingen
-
problemen met lopen, zien en/of horen
-
pijnlijke voet- en beenhuid, of juist gevoelloze voetzolen
Voeding bij een stent
Wanneer er bij u een
stent (endoprothese) is geplaatst, is het belangrijk dat deze
niet verstopt raakt. Dit kunt u voorkomen door:
-
Rustig te eten.
-
Voedsel goed te kauwen, snijden of prakken.
-
Altijd iets te drinken bij de maaltijden te nemen.
-
Meteen iets te drinken als u het idee heeft dat het eten niet snel genoeg zakt.
-
Pitten, schillen, graten en botjes zorgvuldig te verwijderen.
- Voorzichtig te zijn met voedingsmiddelen die kunnen verstoppen, denk aan:
- Biefstuk, draderig rundvlees, draderige vleeswaren zoals rookvlees,
rosbief en fricandeau.
- Grote harde stukken groente en fruit zoals rauwkost, appel, partjes
sinaasappel en mandarijn.
- Draderige en taaie groente zoals bleekselderij, rabarber, asperges, taugé
en champignons.
- Zuurtjes, drop, toffee en noten.
- Kleffe voedingsmiddelen zoals (vers) witbrood, witte bolletjes en
pannenkoeken.
- Een uur na de maaltijd de buis 'schoon te spoelen' door te drinken. Lucht opboeren kan opluchting geven. Koolzuurhoudende dranken bevorderen dit.
Wanneer u ondanks de genoemde maatregelen het gevoel blijft houden dat het eten achter het borstbeen blijft 'steken', is overleg met uw arts noodzakelijk. Dit geldt ook als u blijft braken.
Slaaphouding
Om terugvloeien van eten, drinken, (maag-) en darmsappen tijdens het slapen
tegen te gaan, is het aan te bevelen het hoofdeinde van uw bed zo te
ondersteunen dat er een hoek van 30 tot 45 graden ontstaat. Zo voorkomt u
dat voedsel en/of vloeistoffen de longen inlopen. Hierdoor kan een
longontsteking ontstaan.
Problemen tijdens en na radiotherapie en/of chemotherapie
Door
bestraling en chemotherapie
kan het slijmvlies van de slokdarm geïrriteerd raken. Dit kan leiden tot een
(tijdelijke) verslechtering van de passage door de slokdarm en tot klachten
over een pijnlijke slokdarm, misselijkheid en braken. Om een pijnlijke
slokdarm zo veel mogelijk te ontzien, kunt u beter geen sterk gekruide, erg
zure, zoete en zoute producten eten. Lauwe en soms zelfs ijskoude gerechten
en dranken zijn beter te verdragen dan hete voedingswaren.
Als door bijwerkingen van de bestraling en/of chemotherapie ook aangepaste
voeding onvoldoende mogelijk is, is het van belang om uw voeding aan te
vullen met een energie- of eiwitrijke drinkvoeding. Ook kan het noodzakelijk
zijn om (tijdelijk) over te gaan op volledige drinkvoeding of sondevoeding.
Een diëtist kan u hierover adviseren.
--
Zie verder voeding bij
kanker algemeen.
Laatst gewijzigd op 01 jul 2010

