Increase text size

KWF Home

Doneer Online (Giro 26000)

Kanker

Voedingsproblemen bij slokdarmkanker




Bij slokdarmkanker kunnen de volgende specifieke voedingsproblemen optreden:
 

Voeding bij slik- en passageklachten

Omdat eten vermoeiend kan zijn en u niet veel tegelijk kunt eten, is het meestal nodig zes tot negen kleine maaltijden per dag te gebruiken. Aan uw gewicht kunt u merken of u voldoende voeding binnenkrijgt. Het is doorgaans goed om ruim vet en volvette producten te gebruiken. U krijgt zo meer calorieën binnen en het voedsel glijdt beter naar beneden. Wanneer de tumor de doorgang in de slokdarm nauwer maakt, kunt u merken dat het voedsel niet wil zakken en/of blijft steken in de keel of achter het borstbeen. Over het algemeen passeert voedsel beter wanneer u rechtop zit en niet ligt tijdens of vlak na het eten. Het kan helpen uw voedsel heel fijn te snijden, goed te kauwen en rustig te eten. Gebruik bij de warme maaltijd veel jus of saus. Vervang brood bijvoorbeeld door pap of vla.
 
Wanneer deze adviezen niet voldoende helpen, kunt u het voedsel malen met een staafmixer. U kunt uw eten het beste klaarmaken zoals u gewend bent en het eten malen als het gaar is. Gemalen voeding kan met melk, bouillon, room of jus op de goede dikte worden gebracht. U kunt ook kant-en-klare baby- of peutervoeding gebruiken. Wanneer ook gemalen voeding problemen geeft, kunt u overschakelen op vloeibare voeding.
 
Zowel met gemalen voeding als met vloeibare voeding is het doorgaans moeilijk om voldoende voedingsstoffen te gebruiken. U kunt makkelijk tekorten krijgen. Aanvulling met dieetpreparaten zoals een eiwit- of energierijke drinkvoeding, voedingssuiker, een eiwitrijke poeder of vitamine-mineraalsupplementen is meestal noodzakelijk. Uw diëtist kan u hierover adviseren.
 
Bij sommige patiënten is het nodig om sondevoeding te gaan gebruiken, als aanvulling of als volledige voeding. Het is mogelijk om de sonde via de neus naar de maag of dunne darm te laten lopen. Ook kan via een opening in de buikwand een sonde geplaatst worden die in de maag uitkomt.
 

Voedingsproblemen na de operatie

Na een operatie, maar ook na radiotherapie en chemotherapie, kunt u mogelijk tijdelijk last krijgen van smaakverandering, waardoor uw eten minder goed smaakt. Daarnaast kunnen er, afhankelijk van het type operatie dat u heeft gehad, moeilijkheden met eten optreden. Het spijsverteringskanaal past zich na verloop van tijd aan de nieuwe situatie aan. Het is daarom de moeite waard om producten die vlak na de operatie last veroorzaakten, na een paar weken opnieuw te proberen. Meestal kunt u een aantal producten na verloop van tijd weer verdragen.
 
Sommige mensen zijn in staat hun eetgewoonten aan te passen en weten zelf op den duur het beste wat goed en minder goed gaat. Anderen hebben te kampen met blijvende voedingsproblemen.
 

Kleine maag

Na een operatie waarbij een deel van de maag is weggenomen, en soms de resterende maag naar boven is verplaatst, is de opslagcapaciteit van de maag verminderd of weggevallen. Als gevolg hiervan kunt u na een kleine maaltijd al het gevoel hebben verzadigd te zijn. Om toch voldoende voeding binnen te krijgen, is het goed elke twee uur iets te eten en de voeding zes kleine maaltijden te verdelen.
 

Dumpingsyndroom

Na een operatie waarbij een buismaag is gemaakt, komt het eten en drinken sneller en in grotere hoeveelheden in de dunne darm terecht. Dit noemt men 'dumping'. Dit kan een aantal lichamelijke reacties geven die gepaard gaan met bepaalde klachten: het dumpingsyndroom.
 
Na het eten kunt u last krijgen van de volgende klachten:
 
  • misselijkheid
  • buikpijn
  • braken
  • diarree
  • hartkloppingen
  • sterk transpireren
  • neiging tot flauwvallen
  • beverigheid
  • sterk hongergevoel
 
De klachten treden meestal binnen een half uur (vroege dumping) na de maaltijd op, maar kunnen ook na anderhalf tot twee uur (late dumping) optreden. Dumpingklachten kunnen direct na de operatie ontstaan maar ook pas na verloop van tijd. Overigens krijgt lang niet iedereen te maken met deze klachten.
 
Door de voeding in zeer kleine porties over de hele dag en avond te verdelen, wordt voorkomen dat te grote hoeveelheden tegelijkertijd in de dunne darm komen.
 
Veel drinken bij vaste voeding zorgt er ook voor dat het eten snel in de dunne darm terechtkomt. Daarom is het verstandig om bij een maaltijd niet meer dan één kopje vocht te gebruiken. Ook is het goed om bij het drinken (soep, koffie, thee etc.) iets te eten, zoals een toastje, biscuitje of koekje. Het vocht wordt daardoor wat gebonden, waardoor het minder snel naar de dunne darm gaat.
 
Ernstige dumpingklachten kunnen optreden na gebruik van te veel 'snel opneembare' suikers zoals 'gewone' suiker en vruchtensuiker. Wees daarom matig met limonade, vruchtendranken (appelsap, druivensap, sinaasappelsap), frisdranken, snoep en koek en de hoeveelheid suiker in koffie en thee.
 
Soms treden dumpingklachten op na gebruik van melk en melkproducten. Melk bevat melksuiker (lactose), dat ook een snel opneembare suiker is. Per dag wordt aanbevolen 400 - 500 ml melkproducten te gebruiken voor de benodigde hoeveelheid vitamines en mineralen. Gebruikt u meer melkproducten, verminder dit dan tot de aanbevolen hoeveelheden.
Houden de klachten aan, dan kunnen zure melkproducten zoals yoghurt, karnemelk en kwark een goede vervanging zijn. Deze producten geven meestal minder klachten omdat ze minder lactose bevatten.
 
Sojaproducten zoals sojamelk en -vla bevatten geen lactose. Ze zijn een goede vervanger voor melkproducten. Hoewel kaas van melk is gemaakt, bevat kaas geen lactose. U kunt daarom kaas blijven gebruiken. Het is niet verstandig om helemaal geen melkproducten of sojaproducten te gebruiken. U loopt dan kans onvoldoende eiwitten en calcium binnen te krijgen.
 

Vertraagde maagontlediging

Soms kan na een operatie sprake zijn van een vertraagde maagontlediging. Hierdoor kunt u na de maaltijd langdurig last hebben van een vol gevoel. Dat maakt het moeilijk om veel kleine maaltijden te gebruiken. Bespreek uw klachten met uw arts. Hij kan zo nodig medicijnen voorschrijven om te proberen de maagontlediging te stimuleren.
 

Diarree

Na een operatie komt het voor dat de uitscheiding van spijsverteringssappen zoals gal, onregelmatig is. Ook passeert het voedsel sneller het spijsverteringskanaal. Het gevolg is, dat het eten slechter wordt verteerd. Hierdoor kan diarree ontstaan. Door de voeding in kleine porties over de dag te verdelen, wordt de spijsvertering minder belast en verloopt daardoor beter.
Voedingsvezel uit brood, groente en fruit houden het vocht vast en verbeteren mogelijk het ontlastingpatroon. Het is niet goed vetarm te gaan eten. Het gewichtsverlies wordt dan nog groter en de diarree niet minder. Het is van belang om voldoende te drinken: ten minste 1,5 tot 2 liter per dag.
Als u ondanks de aanpassingen in uw voedingspatroon ernstige diarree blijft houden, bespreek dit dan met uw diëtist. Uw arts kan medicijnen voorschrijven waardoor de voeding beter wordt verteerd en opgenomen.
 

Voeding bij zuurbranden

Zuurbranden (reflux) kan ontstaan doordat de sluitspier tussen de maag en de slokdarm niet goed functioneert of ontbreekt en er maagzuur in de slokdarm komt.
 
U kunt letten op het volgende:
 
  • Zorg dat u tijdens en vlak na het eten zo veel mogelijk rechtop zit. Als u toch wilt liggen, zorg er dan voor dat het hoofdeinde hoger is dan het voeteneinde.
  • Gebruik veelvuldig kleine maaltijden.
  • Gebruik binnen twee uur voor het slapengaan geen maaltijd meer.
  • Mogelijk kunnen bepaalde voedingsmiddelen het zuurbranden verergeren of opwekken. Bespreek dit met uw diëtist.
 

Vitamine B12 tekort

Wanneer de maag geheel of gedeeltelijk is verwijderd, wordt er onvoldoende 'intrinsieke factor' gevormd. Intrinsieke factor is nodig om vitamine B12 vanuit de dunne darm te kunnen opnemen in het bloed. Over het algemeen is er in het lichaam een voorraad vitamine B12 die voldoende is voor enkele maanden tot een paar jaar. Iedere patiënt bij wie de maag geheel of gedeeltelijk is verwijderd, kan op termijn te maken krijgen met een B12-tekort.
 
Een langdurig B12-tekort leidt tot beschadigingen van het zenuwstelsel, die gedeeltelijk onherstelbaar zijn. Daarom krijgt u na de operatie vitamine B12 toegediend. Dit gebeurt via de huisarts door middel van injecties, meestal elke twee maanden.
Vraag uw arts er naar als hij er zelf niet over begint. Het is verstandig zelf het initiatief te nemen om regelmatig uw B12-waarde te laten controleren om een tekort uit te sluiten.
 
Kenmerken van vitamine B12 tekort:
 
  • misselijkheid en diarree
  • ontstoken slijmvlies
  • overactieve blaas (moeite met het ophouden van urine)
  • evenwichtstoornis
  • depressie en vergeetachtigheid
  • tintelingen in handen en voeten
  • onwillekeurige bewegingen
  • problemen met lopen, zien en/of horen
  • pijnlijke voet- en beenhuid, of juist gevoelloze voetzolen
 

Voeding bij een stent

Wanneer er bij u een stent (endoprothese) is geplaatst, is het belangrijk dat deze niet verstopt raakt. Dit kunt u voorkomen door:
 
  • Rustig te eten.
  • Voedsel goed te kauwen, snijden of prakken.
  • Altijd iets te drinken bij de maaltijden te nemen.
  • Meteen iets te drinken als u het idee heeft dat het eten niet snel genoeg zakt.
  • Pitten, schillen, graten en botjes zorgvuldig te verwijderen.
  • Voorzichtig te zijn met voedingsmiddelen die kunnen verstoppen, denk aan: 
- Biefstuk, draderig rundvlees, draderige vleeswaren zoals rookvlees, rosbief en fricandeau.
- Grote harde stukken groente en fruit zoals rauwkost, appel, partjes sinaasappel en mandarijn. 
- Draderige en taaie groente zoals bleekselderij, rabarber, asperges, taugé en champignons.
- Zuurtjes, drop, toffee en noten.
- Kleffe voedingsmiddelen zoals (vers) witbrood, witte bolletjes en pannenkoeken.
  • Een uur na de maaltijd de buis 'schoon te spoelen' door te drinken. Lucht opboeren kan opluchting geven. Koolzuurhoudende dranken bevorderen dit.

Wanneer u ondanks de genoemde maatregelen het gevoel blijft houden dat het eten achter het borstbeen blijft 'steken', is overleg met uw arts noodzakelijk. Dit geldt ook als u blijft braken. 

Slaaphouding

Om terugvloeien van eten, drinken, (maag-) en darmsappen tijdens het slapen tegen te gaan, is het aan te bevelen het hoofdeinde van uw bed zo te ondersteunen dat er een hoek van 30 tot 45 graden ontstaat. Zo voorkomt u dat voedsel en/of vloeistoffen de longen inlopen. Hierdoor kan een longontsteking ontstaan.
 

Problemen tijdens en na radiotherapie en/of chemotherapie

Door bestraling en chemotherapie kan het slijmvlies van de slokdarm geïrriteerd raken. Dit kan leiden tot een (tijdelijke) verslechtering van de passage door de slokdarm en tot klachten over een pijnlijke slokdarm, misselijkheid en braken. Om een pijnlijke slokdarm zo veel mogelijk te ontzien, kunt u beter geen sterk gekruide, erg zure, zoete en zoute producten eten. Lauwe en soms zelfs ijskoude gerechten en dranken zijn beter te verdragen dan hete voedingswaren.
 
Als door bijwerkingen van de bestraling en/of chemotherapie ook aangepaste voeding onvoldoende mogelijk is, is het van belang om uw voeding aan te vullen met een energie- of eiwitrijke drinkvoeding. Ook kan het noodzakelijk zijn om (tijdelijk) over te gaan op volledige drinkvoeding of sondevoeding. Een diëtist kan u hierover adviseren.
 
--
Zie verder voeding bij kanker algemeen.
Laatst gewijzigd op 01 jul 2010
Samen voorop in de strijd