- Home
- Kanker
- Hoe werkt het lichaam?
- De slokdarm
De slokdarm
De slokdarm (oesofagus) is een onderdeel van het spijsverteringskanaal. Het
grootste deel van de slokdarm ligt in de borstholte. De slokdarm loopt
ongeveer midden door de borstholte van de keelholte naar de maag. Op
onderstaande illustratie is dit te zien.

Vlakbij de slokdarm bevindt zich een groot aantal organen: de luchtpijp,
het hart, de grote lichaams- ader en -slagader en de longen. Langs de
slokdarm lopen ook bloed- en lymfevaten. Op onderstaande
illustratie ziet u een overzicht van deze organen.
Hoe ziet de slokdarm er uit?
De slokdarm is een buisvormig orgaan, ongeveer 20 cm lang en bestaat uit
drie delen:
-
Het halsdeel (a): het bovenste deel van de slokdarm dat direct onder de keelholte begint. Het eerste stukje van dit deel is de slokdarmmond. Spieren in deze 'mond' kunnen de slokdarm afsluiten.
-
Het borstdeel (b): het middengedeelte van de slokdarm dat in de borstholte ligt.
-
Het buikdeel (c): het laatste deel van de slokdarm onder de borstholte waar de slokdarm overgaat in de maag. Het onderste deel bevat spieren waarmee de slokdarm kan worden afgesloten van de maag.
De wand van de slokdarm bestaat uit een aantal lagen. Van binnen naar
buiten zijn dat: een slijmvlieslaag, spierlaag en ondersteunende
bindweefsellaag. In de wand lopen ook zenuwen en lymfe- en
bloedvaten.
Hoe werkt de slokdarm?
De slokdarm dient voor transport van het voedsel van de mond naar de
maag. Nadat het voedsel is gekauwd en met speeksel vermengd, kan het
worden doorgeslikt. Door het slikken ontspannen zich de bovenste
sluitspieren. Hierdoor komt het voedsel in de slokdarm. Normaal zijn de
sluitspieren gesloten.
Het voedsel wordt voortgeschoven in de richting van de maag door de
zwaartekracht en door de samentrekkende bewegingen van de spieren in de
slokdarmwand. Wanneer het voedsel onderin de slokdarm bij de maag komt,
ontspant de onderste sluitspier zich. Hierdoor komt het voedsel in de
maag.
Spijsvertering
Het slijmvlies van de maag produceert maagsap. Dit bestaat uit zoutzuur,
slijm en stoffen die betrokken zijn bij de eerste fase van de
voedselvertering.
Het voedsel in de maag wordt door de spierlagen gekneed en vermengd met
maagsap. De sluitspier van de maag (pylorus) zorgt ervoor dat de
voedselbrij enige tijd in de maag blijft, zodat het maagsap zijn werk kan
doen.
De voedselbrij komt vervolgens via deze sluitspier van de maag in de
twaalfvingerige darm. In dit gedeelte van de dunne darm mondt de
grote galbuis uit. De gal, geproduceerd door de lever, wordt hier
toegevoegd aan de voedselbrij. Ook de afvoergang van de alvleesklier komt
uit in de twaalfvingerige darm. De gal en de vloeistof die wordt
geproduceerd door de alvleesklier, spelen een rol bij de vertering van
het voedsel.
De laatste fase van de spijsvertering vindt plaats in de dikke darm. Daar
worden nog water en zouten aan het restant voedsel dat uit de dunne darm
komt, onttrokken en in het bloed opgenomen. Wat overblijft, verlaat het
lichaam als ontlasting.
Laatst gewijzigd op 06 jul 2010

