Increase text size

KWF Home

Doneer Online (Giro 26000)

Preventie

Gevolgen van meeroken


Vier op de vijf mensen vindt rookoverlast een serieus probleem. Ook rokers delen steeds meer die mening. Rokers vragen steeds vaker of iemand bezwaar heeft dat zij een sigaret opsteken. Toch roken nog vier op de tien rokers (44 procent) in Nederland thuis in het bijzijn van anderen. Net als roken kan meeroken ook leiden tot longkanker en hart- en vaatziekten. In Nederland overlijden jaarlijks naar schatting tweehonderd mensen aan longkanker doordat zij jarenlang de rook van anderen hebben ingeademd.
 

Kinderen en meeroken

Kinderen van ouders die roken hebben vaker luchtwegaandoeningen en middenoorontstekingen. Heel jonge kinderen lopen een sterk verhoogd risico om te overlijden aan wiegendood wanneer in hun nabijheid wordt gerookt. Tabaksrook is ook bijzonder schadelijk voor het ongeboren kind. Dit geldt ook als de moeder rook van anderen inademt. De schadelijke stoffen in de tabaksrook komen via de longen in het bloed van de moeder terecht en zo via de navelstreng bij het ongeboren kind. Meeroken geeft bij zwangere vrouwen een verhoogde kans op vroeggeboorte, wiegendood, een te laag geboortegewicht en astma bij kinderen.
 
 

Rechtstreekse rook is schadelijker

Bij meeroken gaat het over twee soorten rook:
 
  • rook die rechtstreeks van de sigaret komt (sidestream)
  • rook die door een roker wordt uitgeblazen nadat hij/zij een trekje van de sigaret heeft genomen (mainstream)

 

Sidestream-rook is schadelijker dan mainstream-rook

In een aantal landen heeft tabaksrook de classificatie 'klasse A carcinogeen'. Dat betekent dat blootsteling aan deze stof altijd moet worden voorkomen. In Nederland is dit niet het geval.


Het rookverbod

Dat meeroken ook kanker veroorzaakt, is een belangrijk argument om ervoor te zorgen dat niet-rokers op werkplekken en in openbare en publieke ruimtes beschermd worden tegen tabaksrook, bijvoorbeeld in de horeca. KWF Kankerbestrijding heeft zich daarom sterk gemaakt voor het rookverbod.

In overheidsinstellingen is er al sinds 1990 een rookverbod van kracht. Net als in de meeste gesubsidieerde instellingen. Sinds 1 januari 2004 moeten passagiers rookvrij kunnen reizen in alle vormen van personenvervoer. Sinds 1 januari 2004 geldt ook de rookvrije werkplek: werkgevers moeten ervoor zorgen dat werknemers rookvrij hun werk kunnen doen. Vanaf 1 juli 2008 is de rookvrije werkplek ook van toepassing in horeca-inrichtingen. Er is daarnaast een rookverbod van kracht in horecabedrijven zonder personeel en in de sectoren kunst & cultuur en sport. Ook in de volgende publieke gebouwen is vanaf 1 juli 2008 een rookverbod verplicht: overdekte winkelcentra, evenementenhallen, congrescentra en luchthavens.
 

Rookvrije horeca

Veel werknemers in Nederland kunnen werken in een gezonde, rookvrije omgeving. Alleen werknemers in de horeca hebben dat recht pas sinds kort gekregen terwijl de luchtkwaliteit in kroegen en disco's bijzonder slecht is, met hoge concentraties giftige en kankerverwekkende stoffen.
 

Rol KWF Kankerbestrijding

KWF Kankerbestrijding heeft samen met het Astma Fonds, de Nederlandse Hartstichting en STIVORO gewerkt aan het vergroten van het draagvlak voor een rookvrije horeca. Er zijn ondermeer gesprekken gevoerd met de horecavakbonden, omdat deze staan voor de (gezondheids)belangen van medewerkers in de horeca. Gelukkig waren de vakbonden ook van mening dat werknemers in de horeca net zoveel recht hebben op een rookvrije werkplek als andere werknemers en lieten dat de minister ook weten. Ook artsenverenigingen en andere organisaties lieten hun stem gelden. Mede door deze aandacht groeide het draagvlak onder de Nederlandse bevolking voor een rookverbod tot zo'n 65 procent. Inmiddels is de Tweede Kamer akkoord gegaan met het voorstel om de horeca rookvrij te maken. Met ingang van 1 juli 2008 hebben alle medewerkers en bezoekers in de horeca recht op een gezonde, rookvrije omgeving.
  

Zie ook:

 
Laatst gewijzigd op 22 apr 2010
Samen voorop in de strijd