- Home
- Onderzoek
- Trends in het kankeronderzoek
- DNA-chip vist naar kankergenen
DNA-chip vist naar kankergenen
Dit is geen overbodige luxe want in de zomer van 2000 werd bekend dat het
erfelijk materiaal van de mens zo'n 30.000 genen omvat. Met deze uitkomst
van het wereldwijde Human Genome Organization (HUGO) Project, is tegelijk de
noodzaak ontstaan om al deze genen te kunnen 'bevatten'. Wat doen de genen
precies en welke rol spelen zij tijdens gezondheid en ziekte?
Het kleine instrument, dat al jaren in ontwikkeling was, heeft de naam
micro-array gekregen. De micro-array is een glazen plaatje waarop duizenden
stukjes DNA, de bouwsteentjes van het erfelijk materiaal, worden geplakt.
Daarom heet het ook wel DNA-chip. De DNA-chip is gangbaar in veel soorten
wetenschappelijk onderzoek en wordt ook toegepast voor een breed spectrum
aan kankeronderzoek.
Actieve genen
Het principe van de DNA-chip berust op het gegeven dat onder verschillende
omstandigheden verschillende genen actief zijn. De DNA-chip kan de
activiteit van specifieke genen opsporen. In tumorweefsel zijn andere genen
actief dan in gezond weefsel. Ook zullen bij tumoren in de borst weer andere
genen betrokken zijn dan bij tumoren in de lever. De micro-array vist de
actieve genen in een bepaald stukje tumorweefsel eruit en biedt de
mogelijkheid om deze te vergelijken met de actieve genen uit gezond weefsel.
Rits
Het oppikken van genen maakt gebruik van het feit dat DNA bestaat uit een
rits van twee in elkaar passende strengen. Je kan deze strengen uit elkaar
ritsen en één van de strengen op het micro-array plaatje plakken. Voor ieder
gen wordt zo'n enkele streng op het glaasje geplakt, een zogenaamde 'spot'.
Op een glaasje kunnen zo tienduizenden spots worden aangebracht, die de
activiteit van bijbehorende genen in testweefsel kunnen meten.
Dat kan omdat een actief gen een kopie van zichzelf maakt om de informatie
aan de cel door te geven. Zo'n kopie is een enkele streng, de helft van een
rits, en heet RNA. Die enkele streng past precies op de bijbehorende helft
van de rits, de DNA spot, die op de DNA-chip zit. Zo kan iedere DNA spot het
bijbehorende RNA vangen, als het betreffende gen actief is. Hoe actiever het
gen is, hoe meer RNA een spot vangt.
Onderzoekers kunnen dat meten door aan het RNA een lichtgevende verbinding
te koppelen. Als ze een DNA-chip met laserlicht bestralen, zal het gebonden
RNA, van de actieve genen dus, oplichten.
Pijlen
De micro-array techniek wordt momenteel veelvuldig ingezet in allerlei
medisch-wetenschappelijk onderzoek, variërend van fundamenteel tot klinisch
gericht kankeronderzoek. Ter illustratie enkele voorbeelden uit het
kankeronderzoek in Nederland dat KWF Kankerbestrijding financiert.
Risico-inschatting verbeteren
Voor een deel van kinderen met acute lymfatische leukemie (ALL) is de
therapie onnodig zwaar. De therapie kan voor deze kinderen milder worden
gemaakt zodat ook de bijwerkingen van chemotherapie verminderen. Aan de
andere kant komt de leukemie bij veel kinderen na een tijdje terug. Terwijl
deze patiënten juist goed op de therapie reageerden en ook een schijnbaar
gunstige vorm van leukemie hadden.
Met de micro-array techniek werd ontdekt dat in leukemiecellen van kinderen
waarbij de leukemie snel weer terugkomt, een heel ander patroon van genen
aan staat dan in goed reagerende kinderen.
Onderzocht wordt hoe de risico-inschatting op het terugkomen van de leukemie
verbeterd kan worden. Informatie over de functie van deze afwijkende genen
kan dan gebruikt worden om specifieke geneesmiddelen te ontwikkelen waarbij
alleen de leukemiecel en niet de gezonde lichaamscel gedood wordt. Dit zal
de hoeveelheid bijwerkingen van de chemotherapie verminderen en de kans op
genezing verhogen.
Verbanden leggen
Maagkanker is een van meest voorkomende kwaadaardige aandoeningen ter
wereld. In Nederland zijn er jaarlijks ongeveer 2200 nieuwe gevallen. Alleen
operatie biedt kans op genezing, maar de kans van slagen hangt af van het
stadium waarin de tumor zich bevindt.
Een paar jaar geleden is onderzocht of een uitgebreidere operatie de kans op
overleving kon vergroten. Bij deze operatie worden naast het verwijderen van
de maag meer lymfklieren verwijderd dan normaal.
Uit 2 van deze studies, uitgevoerd in Nederland en Groot Brittannië, bleek
dat de uitgebreidere operaties gepaard gingen met meer complicaties en een
hogere sterfte. Deze nadelen traden vooral op wanneer tegelijk met de maag
ook de milt werd verwijderd.
Inmiddels is gebleken dat dit meestal niet noodzakelijk is. Daarnaast bleek
uit de recente 9-jaars overlevingsgegevens van de grote 'Nederlandse D1/D2
maagkanker studie' dat een subgroep van de maagkankerpatiënten voordeel
heeft bij deze uitgebreidere lymfklieroperatie.
Het grote probleem is om preoperatief vast te stellen welke patiënten dit
zijn. Tot voor kort waren hiervoor nauwelijks technieken beschikbaar.
Met behulp van de micro-array techniek werd een sterk verband gevonden
tussen het profiel van DNA-veranderingen en het voorkomen van
lymfklieruitzaaiingen. Ook werd een verband gevonden met overleving.
Een nog te ontwikkelen diagnostische test kan vooraf aantonen of een patiënt
met maagkanker voordeel heeft bij een uitgebreide lymfklieroperatie. De
resultaten van dit onderzoek kunnen bijdragen aan het terugdringen van de
hoge sterfte aan maagkanker.
Voorspellende sleutel
Door middel van de DNA-chip techniek slaagden de onderzoekers erin om een
stap dichterbij een betere behandeling van borstkanker te komen. Na
operatieve behandeling van borstkanker krijgen de behandelde vrouwen vaak
chemotherapie om eventuele uitzaaiingen te bestrijden. Maar uit statistisch
onderzoek blijkt dat een deel van de patiënten helemaal geen uitzaaiingen
zal krijgen, wat betekent dat deze groep voor niets de belastende
chemotherapie ondergaat. Als je zou kunnen voorspellen wie wel of niet
risico loopt op uitzaaiingen, zou je de behandeling voor de groep vrouwen
met geen risico aanzienlijk kunnen verbeteren. Van 't Veer en collega's
gingen op zoek naar een genetische voorspeller: welke genen zijn betrokken
bij uitzaaiingen? Zij onderzochten door middel van de micro-arraytechniek de
genexpressie (activiteit) in borstkankertumoren van 117 patiënten onder de
55 jaar. Uiteindelijk vonden zij de voorspellende sleutel in een set van 70
genen. De activiteit van deze 70 genen kan voorspellen of een patiënte ook
zonder aanvullende chemotherapie (na operatie) tenminste vijf jaar
ziektevrij zal blijven of juist niet. Deze voorspelling bleek maar liefst
voor 90% nauwkeurig.
De resultaten kunnen leiden tot een concrete verbetering voor
borstkankerpatiënten. Wanneer artsen kunnen voorspellen of een patiënte na
operatieve ingreep geen belastende chemotherapie meer nodig heeft, maakt dat
de kwaliteit van de ziektebehandeling een stuk beter. Van 't Veer zelf is
optimistisch over de verwachting van concrete klinische toepassing: zij
denkt dat over twee jaar een dergelijke test in de kliniek beschikbaar kan
zijn.
Laatst gewijzigd op 23 mrt 2010

