Increase text size

KWF Home

Doneer Online (Giro 26000)

Kanker

Overwegingen bij erfelijkheidsonderzoek


Erfelijkheidsonderzoek is niet alleen een medisch onderzoek. Het brengt veel emoties met zich mee en roept allerlei vragen op. Wie wil er in de familie wel over praten en wie niet? Wie wil zich laten onderzoeken en wie juist niet. Wat doe ik als ik de erfelijke aanleg heb? Moet ik mijn kinderen bij het onderzoek betrekken? En zo ja: vanaf welke leeftijd kan dat het beste gebeuren?
Behalve emoties en onzekerheden kan erfelijkheidsonderzoek nare herinneringen oproepen. Bijvoorbeeld aan het feit dat familieleden kanker hebben gehad of daar misschien aan zijn overleden. Niet iedereen wil daarmee geconfronteerd worden.
 
Elk mens heeft het recht om al dan niet op de hoogte te willen zijn van eventuele risico's op ziekten. Maar degene die als eerste van de familie erfelijkheidsonderzoek laat doen, neemt een stap die ook voor andere familieleden consequenties heeft. Zij moeten beslissen over al dan niet meewerken aan het onderzoek. En zodra een erfelijke aanleg wordt aangetoond, stelt dat hen opnieuw voor keuzes. Dit kan acceptatieproblemen geven bij familieleden en kan de onderlinge verhoudingen onder druk zetten.
 
Houd er rekening mee dat wanneer u als eerste in de familie erfelijkheidsonderzoek laat doen, u hierover zelf contact moet leggen met uw familieleden. Dat geldt zowel voor het verzoek om medewerking aan het onderzoek, als het vertellen van de uitslag, zeker als die consequenties heeft voor uw familieleden. U kunt bij het klinisch genetisch centrum daarvoor een familiebrief krijgen of vragen. In deze brief legt de klinisch geneticus uit wat erfelijkheidsonderzoek inhoudt en wat de gevolgen ervan (kunnen) zijn.
 
De redenen waarom mensen wel of geen erfelijkheidsonderzoek laten doen, verschillen en zijn zeer persoonlijk. Sommige mensen weten graag waar ze aan toe zijn, om zo controle over hun leven te houden. Anderen voelen zich beter als zij geen weet hebben van een erfelijke aanleg voor kanker.

Een veelgenoemde reden om erfelijkheidsonderzoek te laten doen is de mogelijkheid dat een DNA-test kan uitwijzen dat u (en daarmee ook uw kinderen) de genmutatie niet heeft.


Vrije keuze

U bepaalt zelf of u wilt laten uitzoeken of een erfelijke aanleg bij uw ziekte of bij de ziekte
in uw familie een rol speelt. Bedenk echter wel dat erfelijkheidsonderzoek niet alleen voor uzelf, maar ook voor uw gezin en familie gevolgen kan hebben. Bijvoorbeeld omdat u doorgaans hun medewerking nodig heeft bij het onderzoek. Of omdat kan blijken dat een of meer familieleden
(ook) een erfelijke aanleg hebben.
 

Controle-onderzoek of operatie

Als er in uw familie een mutatie is aangetoond, maar u heeft deze niet, dan zijn controle-onderzoeken bij u niet (meer) nodig.
 
Als u wel een genmutatie heeft,worden over het algemeen regelmatige controle-onderzoeken geadviseerd. Die controles zijn bedoeld om wanneer (een voorstadium van) kanker ontstaat, de ziekte in een vroeg stadium op te sporen en te behandelen. Die controles kunnen geruststellend zijn. Maar ze kunnen ook spanning, pijn of ongemak met zich meebrengen. Bovendien geven controle-onderzoeken geen garantie op vroegtijdige ontdekking en succesvolle behandeling.
Soms is een operatie mogelijk om het risico op kanker sterk te verminderen. Laat u informeren over de mogelijkheden in uw specifieke situatie. Helaas betekent een risicoverminderende
operatie niet altijd dat er helemaal geen risico op deze erfelijke soort kanker meer is.
 

Juiste keuze?

Mogelijk vraagt u zich af welke keuze nu de beste is. Probeer te beseffen dat er geen 'juiste' keuze is. Het is vooral belangrijk dat u de beslissing neemt die het beste bij u past.
 
  • Overhaast de beslissing of u wel of geen erfelijkheidsonderzoek wilt laten doen niet. Laat u goed voorlichten.
  • Betrek, als u dat prettig vindt, mensen uit uw naaste omgeving bij het nadenken over uw keuze.
  • Probeer een keuze te maken waar u helemaal achter staat. Stel uzelf de vraag of dit het juiste moment is om het onderzoek te starten. Bovendien kunt u zich afvragen of en in hoeverre uw directe en verdere familieleden de uitslag willen weten.
  • Vraag bij afspraken met uw (huis)arts, klinisch geneticus of genetisch consulent iemand mee die u goed kent en bij wie u zich vertrouwd voelt. Samen hoort u meer en kunt u vaak beter vragen stellen. Als u na afloop toch nog met onbeantwoorde of nieuwe vragen zit, schrijf ze dan op en vraag om een vervolggesprek.
 
Misschien weet u, ondanks de voorlichting die u krijgt, toch niet goed wat te besluiten. Dan kunt u ondersteuning krijgen van een maatschappelijk werker of psycholoog die verbonden is aan het klinisch genetisch centrum of de polikliniek erfelijke/familiare tumoren.
 

Na de uitslag

Als erfelijkheidsonderzoek een erfelijke aanleg uitsluit (iemand is dan 'niet-drager') geeft dat vaak een gevoel van opluchting. Maar even vaak voelen niet-dragers zich schuldig ten opzichte van familie- of gezinsleden die de erfelijke aanleg wél hebben. Mensen die erfelijkheidsonderzoek laten doen, houden bovendien rekening met een verhoogd risico. Als zij dat zelf niet blijken te hebben, kan het tijd kosten om daaraan te wennen. Soms moet naar een nieuwe verstandhouding binnen het gezin of familie gezocht worden.
 
Voor iemand bij wie wél een erfelijke aanleg voor kanker wordt gevonden, is de uitslag meestal een belastende boodschap. Ook wanneer het een bevestiging is van een al langer bestaand  vermoeden. Het verwerken van dit nieuws kan tijd kosten. Er gaat van alles spelen. U krijgt adviezen over controle-onderzoeken en u kunt voor de keuze komen te staan of u wel of niet een risicoverminderende operatie wilt ondergaan. Als dat zo is,moet u nadenken over de gevolgen daarvan en het beste moment om u te laten opereren.
 
Er zijn dragers die zich - zonder dat zij (symptomen van) kanker hebben - toch patiënt voelen en door anderen ook zo behandeld worden. Ouders kunnen zich schuldig voelen, omdat zij de erfelijke aanleg voor kankermogelijk aan hun kinderen hebben doorgegeven. Ze kunnen zich zorgen maken over de gezondheid en de toekomst van hun kinderen. En bij iemand die nog geen kinderen heeft, kan het besef risicodrager te zijn, meespelen in de beslissing om wel of geen kinderen te willen krijgen.
 
Als blijkt dat erfelijke kanker in de familie voorkomt, maar DNA-diagnostiek geen genmutatie(s) aantoont, blijft de onzekerheid over het al dan niet hebben van een erfelijke aanleg bestaan. Het kan een hele tijd duren voordat iemand met die onzekerheid om kan gaan.


Ondersteuning

De klinisch geneticus of genetisch consulent zullen u zo veel mogelijk ondersteunen en begeleiden voor, tijdens en na het erfelijkheidsonderzoek. Zij kunnen een gesprek met een maatschappelijk werker of psycholoog aanbieden als er meer begeleiding nodig is. Deze gesprekken kunnen gaan over:
 
  • de verschillende keuzen die aan de orde komen;
  • het informeren van familieleden;
  • de mogelijke gevolgen die het erfelijkheidsonderzoek kan hebben.
 
De ondersteuning kan ook bestaan uit het leren omgaan met een (mogelijke) erfelijke aanleg voor kanker.
 
U kunt eventueel zelf om deze ondersteuning vragen, ook voor uw kinderen.
 

Contact met lotgenoten

Sommige mensen stellen prijs op contact met lotgenoten:mensen die zelf weten hoe het is om met (een erfelijke aanleg voor) kanker te leven. Het uitwisselen van ervaringen en het delen van gevoelens met iemand in een vergelijkbare situatie kunnen helpen de moeilijke periode door te komen. Lotgenoten hebben vaak aan een half woord genoeg om elkaar te begrijpen. Daarnaast kan het krijgen van praktische informatie belangrijke steun geven. Maar anderen vinden contact met lotgenoten te confronterend of hebben er geen behoefte aan.
 
Bij een erfelijke ziekte zijn lotgenoten vaak in de familie te vinden,maar soms is het prettiger met een buitenstaander te praten. Contact met lotgenoten kan tot stand komen via verschillende patiëntenorganisaties. Voor informatie over lotgenotencontact:
 
KWF Kanker Infolijn: 0800 - 022 66 22 (gratis)
(ma - vrij: 9.00 - 12.30 en 13.30 - 17.00 uur)
 
 
Laatst gewijzigd op 19 jul 2010
Samen voorop in de strijd