- Home
- Kanker
- Soorten kanker
- Schildklierkanker
Schildklierkanker
Schildklierkanker is een zeldzame aandoening. In Nederland krijgen jaarlijks
ongeveer 320 mensen te horen dat zij schildklierkanker hebben.
Schildklierkanker komt 3 x zo vaak bij vrouwen als bij mannen voor. De
ziekte treft vooral mensen tussen de 25 en 50 jaar.
Wat is de schildklier?
De schildklier (glandula thyreoïdea of thyreoïd) is een vlindervormig orgaan
in de hals en bestaat uit een linker- en rechterkwab. De schildklier ligt
vlak boven het kuiltje van de hals tegen de luchtpijp aan. Vlakbij de
schildklier liggen de stembandzenuwen. Deze zenuwen zorgen ervoor dat de
stembanden klanken kunnen produceren.
Aan de achterkant van de schildklier zitten de bijschildklieren: twee links
en twee rechts. De bijschildklieren spelen een rol bij het regelen van het
kalkgehalte (calciumgehalte) van het bloed.
Het weefsel van de schildklier is opgebouwd uit een soort blaasjes,
'follikels' genoemd. Follikels bestaan uit follikelcellen met daarbinnen een
ruimte. Tussen de follikels liggen - tegen de follikelcellen aan -
zogenoemde C-cellen.
Wat doet de schildklier?
De schildklier maakt hormonen aan die aan het bloed worden afgegeven. Deze
hormonen stimuleren de stofwisseling, zij zetten lichaamscellen aan hun
werk te doen. Als de schildklier te veel hormonen aanmaakt, versnelt de
stofwisseling (hyperthyreoïdie). Maakt de schildklier te weinig hormonen
aan, dan vertraagt de stofwisseling (hypothyreoïdie).
Hoe werkt de schildklier?
Schildkliercellen werken onder invloed van het schildklierstimulerend
hormoon TSH. TSH wordt afgegeven door een klier in de hersenen: de
hypofyse. En de hypofyse werkt weer onder invloed van een ander hormoon
(TRH) uit een andere klier in de hersenen: de hypothalamus. Het weefsel van
de schildkliercellen nemen jodium op uit het bloed en produceren hormonen
die ze afgeven aan het bloed.
Follikelcellen maken twee hormonen:
- T4 (thyroxine)
- T3 (thri-jodothyronine)
Deze hormonen stimuleren:
- de stofwisseling
- de verbranding in de cellen
- de groei van nieuwe cellen (ook bijvoorbeeld van haren en nagels)
C-cellen maken Calcitonine aan. Dit is een ander hormoon dat de afbraak van
botweefsel remt.
Vormen van schildklierkanker
Er zijn vier vormen van schildklierkanker:
- Papillair
- Folliculair
- Medullair
- Anaplastisch
Medullaire schildklierkanker en anaplastische schildklierkanker komen
zelden voor. Het papillaire en folliculaire type vormen zo'n 80-90% van
alle schildkliercarcinomen. De informatie over schildklierkanker op deze
website gaat verder alleen over papillaire en folliculaire
schildklierkanker.
Papillair of folliculair schildklierkanker ontstaan uit de follikelcellen
en ontwikkelen zich langzaam. Een variant van folliculair
schildklierkanker is het Hürthle cell carcinoom. Deze variant van
het folliculaire schildkliercarcinoom neemt geen of weinig
jodium op uit het bloed. Dit heeft consequenties voor de
behandeling. (Behandeling met radioactief jodium is namelijk
'standaard' bij het folliculaircarcinoom).
|
Soort schildklierkanker
|
Kenmerken
|
Percentage van alle schildklierkanker
|
Leeftijd waarop schildklierkanker het meeste
voorkomt
|
Gemiddelde
10-jaarsoverlevings-kans
|
|---|---|---|---|---|
|
Papillair
|
groeit langzaam
kan uitzaaien naar - onder andere - lymfeklieren en longen
de kankercellen zijn gevoelig voor behandeling met radioactief jodium
|
60-70 procent
|
10-60 jaar
|
95 procent
|
|
Folliculair
|
groeit langzaam
kan uitzaaien naar - onder andere - longen en botten
de kankercellen zijn gevoelig voor behandeling met radioactief jodium
|
20-30 procent
|
30-70 jaar
|
70 procent
|
|
Medullair
|
middelmatig agressief
kan uitzaaien naar - onder andere - lymfeklieren, longen en lever
de kankercellen zijn niet gevoelig voor behandeling met radioactief
jodium
kan erfelijk zijn (bij
MEN-2
|
5-10 procent
|
niet-erfelijk medullair schildklierkanker:
40-60 jaar
bij MEN-2 syndroom:
vanaf eerste levensjaar
|
50-70 procent
|
|
Anaplastisch
|
agressief: groeit snel en zaait snel uit
de kankercellen zijn niet gevoelig voor behandeling met radioactief
jodium
|
5-10 procent
|
65 jaar en ouder
|
minder dan 5 procent
|
Laatst gewijzigd op 03 aug 2010

