- Home
- Kanker
- Soorten kanker
- Melanoom
Melanoom
In Nederland wordt per jaar naar schatting bij zo'n 36.000 mensen huidkanker
vastgesteld. Bij circa 3.500 van hen gaat het om een melanoom.
Voor de puberteit komt het melanoom uiterst zelden voor. Daarna kan het op
elke leeftijd ontstaan, maar meestal tussen de 30 en 60 jaar.
Het aantal patiënten met een melanoom is de laatste vijftien jaar sterk
toegenomen, mogelijk vanwege een toegenomen blootstelling aan ultraviolette
straling. Meer vrouwen dan mannen krijgen een melanoom. Tegenwoordig wordt
bij de meeste patiënten een melanoom in een vroeg stadium vastgesteld.
De huid
Onze huid heeft verschillende taken:
- de huid beschermt ons lichaam, bijvoorbeeld tegen infecties en ultraviolette straling (UV). Het vormt een barrière tussen onze binnenkant en de buitenwereld.
- via de huid kunnen we signalen uit de omgeving waarnemen: pijn-, tast- en warmteprikkels worden via de huidzenuwen naar onze hersenen gevoerd. Daar worden deze prikkels omgezet in gevoel.
- de huid is van groot belang voor het regelen van de lichaamstemperatuur. De zweetklieren in de huid leveren hieraan een belangrijke bijdrage.
De huid van ons lichaam bestaat uit drie lagen:
- De bovenste laag: de opperhuid
Deze bestaat uit verhoornde cellen: de keratinocyten. Verder bevinden zich in de opperhuid onder meer pigmentcellen: de melanocyten.
- De middelste laag: de lederhuid.
Deze bestaat uit bindweefsel, ook wel steunweefsel genoemd. Daarin bevinden zich onder meer: zweetklieren, haarwortels met talgklieren, bloed- en lymfevaten, zintuigcellen en zenuwuiteinden.
- De onderste laag: het onderhuids bindweefsel. Dit dient hoofdzakelijk als steunweefsel en bestaat voornamelijk uit vetcellen.
De onderste, basale cellen van de opperhuid (keratinocyten) delen zich. Zo
ontstaan nieuwe huidcellen. In de loop van ongeveer een maand schuiven deze
nieuwe cellen naar boven en in die tijd veranderen zij van vorm. In het
begin zijn zij rond of ovaal, daarna worden zij hoekiger en ten slotte
worden zij ook platter. Men spreekt dan van plaveiselcellen.
Uiteindelijk verhoornen de keratinocyten en sterven zij af. Dit dode,
verhoornde materiaal (hoornlaag) wordt daarna afgestoten in de vorm van
schilfertjes. De aanmaak van nieuwe cellen en de afstoting van dood
materiaal houden elkaar in een voortdurend evenwicht.
De pigmentcellen of melanocyten bevinden zich eveneens in de onderste laag
van de opperhuid.
Onder invloed van ultraviolette straling uit bijvoorbeeld zonlicht of zonne-apparatuur vormen melanocyten het bruine huidpigment. Bij een huid die bruint, wordt dit pigment afgegeven aan de andere cellen in de opperhuid.
Onze haren en nagels groeien vanuit uitstulpingen van de opperhuid die diep
in de lederhuid liggen.
Melanoom
Melanoom betekent letterlijk: zwart gezwel.
Een melanoom ontstaat uit de pigmentcellen in de huid: de melanocyten. Meestal zat er op die plaats al een moedervlek.
Soms ontstaat een melanoom uit pigmentcellen in een volstrekt 'gave' huid. Melanomen ontstaan dus niet alleen uit moedervlekken.
Een melanoom groeit vervolgens door in de diepere lagen van de huid.
Een melanoom ontstaat uit de pigmentcellen in de huid: de melanocyten. Meestal zat er op die plaats al een moedervlek.
Soms ontstaat een melanoom uit pigmentcellen in een volstrekt 'gave' huid. Melanomen ontstaan dus niet alleen uit moedervlekken.
Een melanoom groeit vervolgens door in de diepere lagen van de huid.
Melanomen kunnen op verschillende plaatsen in het lichaam voorkomen:
- Melanomen kunnen zich overal in de huid ontwikkelen. Bij vrouwen komen melanomen iets vaker voor op de romp en de benen, bij mannen op de romp en in het hoofd/halsgebied. Ook op behaarde plaatsen, zoals de hoofdhuid, of op de handpalmen en voetzolen kan een melanoom voorkomen.
- Bij uitzondering ontstaat een melanoom in een orgaan (bijvoorbeeld in de slokdarm, neusholte, anus of vagina). Dit komt doordat in elk orgaan geringe aantallen melanocyten voorkomen.
- Soms ontstaat een melanoom in een lymfeklier zonder dat er sprake is van een zichtbaar melanoom van de huid. Het lichaam heeft dan een eerder melanoom van de huid 'opgeruimd'.
- Een melanoom kan ook voorkomen in het slijmvlies van de oogleden en in het oog zelf.
Groeiwijze en uitzaaiingen
Een melanoom kan uitzaaien. Via de lymfe kunnen kankercellen terechtkomen in
de regionale lymfeklieren en daar uitgroeien tot uitzaaiingen (metastasen).
De regionale lymfeklieren zijn de lymfeklieren waar uitzaaiingen van de
tumor als eerste terecht kunnen komen.
Bij een melanoom kunnen kankercellen tevens via het bloed uitzaaien naar
andere plaatsen in het lichaam, bijvoorbeeld naar de longen, de lever, een
andere plaats op de huid of de hersenen.
Vrijwel altijd worden uitzaaiingen als eerste in de regionale lymfeklieren
ontdekt. Maar zij kunnen ook ergens anders in het lichaam als eerste gezien
worden.
Bij melanomen kunnen uitzaaiingen ontstaan door de vorming van zogenoemde
satellieten. Dat zijn kleine uitzaaiingen op de huid rondom (het litteken
van) de oorspronkelijke tumor.
Ook zogenoemde intransitmetastasen tussen de oorspronkelijke tumor en het regionale lymfekliergebied kunnen voorkomen. Dat kan zowel in de huid als onder de huid.
Ook zogenoemde intransitmetastasen tussen de oorspronkelijke tumor en het regionale lymfekliergebied kunnen voorkomen. Dat kan zowel in de huid als onder de huid.
Laatst gewijzigd op 14 jul 2010

